| Cymric |
De Cymric
Oorsprong: Het Eiland Man (in de Ierse Zee) en de USA.
Algemene kenmerken: Middelgroot, ‘cobby' en gespierd lichaam met een gewicht van 4 (poezen) of 5 (katers) kg. De Cymric kat is het zusterras van de Manx kat en is, net als deze, een stevig, rond en bol type huiskat, waaraan alles eigenlijk rond en bol moet zijn: rond hoofd, rond lichaam, stevige benen en een rond gezicht. Het kenmerk dat het meest opvalt aan de Cymric is de afwezigheid van de staart bij showexemplaren. Toch is de Cymric kat niet altijd helemaal staartloos, er zijn zelfs vijf types staartverkorting bij de Cymric kat: Rumpy, geheel staartloos; Rumpy Riser, maximaal drie staartwervels die vaak bijna niet zichtbaar zijn; Stumpy, een korte stompstaart; Longy, alles van een halve staart tot bijna een hele staart; Tailed, een volledige staart. Alleen de eerste vier types dragen het gen voor de staartverkorting, de Tailed niet, maar deze kan met een partner die het staartverkortingsgen wel draagt, wel gebruikt worden voor de fok. In één nestje kunnen alle vijf staartlengtes voorkomen en het is ook nooit te voorspellen welke staartlengtes de kittens na de geboorte zullen vertonen. Cymric katten komen voor in de normale huiskattenkleuren, d.w.z. dat alle kleuren die verkregen zijn door het kruisen met andere rassen (bv. sorrel of burmeeskleurig) niet zijn toegestaan. De vacht van de Cymric is een stevige, dubbele vacht die wat weg heeft van een konijnenvacht en iets zachter is dan de korte variant van haar zusterras, de Manx.
Geschiedenis: Het zusterras van de Cymric, de Manx, is de oorspronkelijke, ouderwetse huiskat van het Eiland Man. Op dit Britse Eiland is ongeveer vier- à vijfhonderd jaar geleden een mutatie opgetreden, waardoor er bij deze katten een verkorting van de staart plaatsvindt. Wegens de ligging van het Eiland (tussen Engeland en Ierland in de Ierse Zee) en de bescherming die de katten daar kregen van de, voornamelijk agrarische, bevolking heeft het ras zich kunnen ontwikkelen, het is zelfs het nationale symbool geworden (samen met een schaap met vier hoorns!). Door taalonderzoek is komen vast te staan, dat het niet langer dan vijfhonderd jaar geleden kan zijn geweest dat deze "kat zonder staart" is ontstaan; in de oorspronkelijke taal bestaat er geen woord voor deze kat. Voor deze kat wordt op het Eiland Man zelf het woord "Stubbin" gebruikt, maar dit heeft een Britse oorsprong en dus moet het ras ontstaan zijn na de ver-Britsing van de Manxtaal. Op het Eiland Man komen kort- en halflanghaar katten voor die alle twee gewoon onder dezelfde noemer Manx door het leven gaan. Toen er in de zestiger jaren van de vorige eeuw in de VS halflangharige kittens geboren werden uit korthaar Manx ouders, leek het een aantal fokkers leuk om hiermee verder te gaan. Voorloper was de Canadees Blair Wright en hij bedacht dan ook de naam Cymric voor deze "pluizige" kittens. Dat ging op een manier die geheel in de traditie lag van "fantastische namen voor raskatten": Blair's grootmoeder of overgrootmoeder kwam uit Wales (het woord in het Welsh voor Wales is Cymru, Cymric is de vervoeging daarvan die inhoudt: "(afkomstig)van Wales" en aangezien Wales enigszins in de buurt ligt van het Eiland Man was de naam gauw gevonden. Dat alletwee de varianten (kort- en halflanghaar) gewoon één ras zijn op het Eiland Man en dat de halflanghaar variant zeker niet "afkomstig uit Wales" is, werd gemakshalve over het hoofd gezien. Alleen bij de FIFe is deze naam blijven hangen, bij alle andere Cat Fancy-koepels is het nu weer gewoon Manx Korthaar en Manx (half)Langhaar. Vanaf het begin van de "Cat Fancy" waren de Manx en Cymric katten van de partij, op de eerste lijst van erkende rassen van de FIFe stonden ze al. Op de eerste Nederlandse kattententoonstelling was er één te zien, of dit echt een Manx of Cymric was, is maar de vraag omdat ze vooral werd geprezen om haar "mooie lange vacht en pluimstaart"! Er zijn natuurlijk veel fokkers in de Britse gebieden, maar ook in de VS is het een middelgroot ras en in vooral Noord-Europa zijn ze veel te vinden.
Karakter: De Cymric kat is een rustige, gemoedelijke huisgenoot. Speels en prettig aanwezig zonder opdringerig te zijn. Meestal kiest de Cymric één baasje uit dat helemaal "zijn/haar mens" wordt. Visite bekijkt de Cymric het liefst vanaf een afstand, totdat blijkt dat het "goed volk" is. Ze blijven tot op hoge leeftijd speels en actief. Een Cymric kan goed springen en klimmen en ze bekijken hun domein graag vanuit een strategische plek op een hoge kast of vensterbank. De poezen zijn erg goede moeders voor hun kittens; nestjes bestaan meestal uit vier kittens, maar zes stuks is geen uitzondering. Kittens grootbrengen is een groepsgebeuren, moeder, vader en verdere familie zorgen voor de kleintjes en ravotten graag met ze.
Verzorging: De Cymric heeft een halflangharige, zachte maar stevige, dubbele vacht die weinig onderhoud nodig heeft. Twee keer per week een kam erdoorheen halen is meestal ruim voldoende. Cymric katten zijn makkelijke eters en doen het prima op de huidige diervoeders maar het blijven natuurlijk wel echte "boerenpummels" en een Cymric zal niet gauw ‘nee' zeggen tegen een vogeltje, visje of muisje mocht hij die tegenkomen!
Fouten: Schoonheidsfoutjes zijn: een te elegante bouw, een bouw die teveel lijkt op een Brits Korthaar, een kopvorm die te rond en te plat is en verder alle fouten die ook bij alle andere rassen niet mogen voorkomen, zoals een scheve kaak, boven- of onderbeet, en monorchide (katers met één niet ingedaalde teelbal). |



